
![]()
Straks zonder Frank de wildernis in. Ik mis hem nu al. Maar als je allebei van buitensport je beroep gemaakt hebt, lukt het niet altijd om alles samen te doen. In een deel van deze periode geeft Frank zijn winterkampeercursussen in Noorwegen (zie wilderness-effect). Nou loop ik al jaren rond met het plan eens een lange tocht met een beessie te maken. En dan liefst een zo 'wild' mogelijke! Omdat ik zelf geen husky heb, moest ik op zoek naar een leenhond. Uiteindelijk heb ik mensen gevonden die me een van hun honden toevertrouwen! Judi en Olav Falsnes, uit Inuvik, www.arcticchalet.com.

De witte wildernis van Jack London heb ik achter me gelaten en nu geniet ik intens van de warme voorjaarslucht en het uitbundige groen. Het is goed om vol herinneringen en dromend over nieuwe plannen, te beseffen dat ik nu werkelijk thuis gekomen ben. Gewoon in dit kleine knollenland. Want vrijheid en ruimte zitten niet alleen in wolvensporen maar vooral in je kop, van binnen.
Ik moet vaak terugdenken aan de woorden van die Vuntut Gwichin schooljuf uit Old Crow, die de schooljeugd vol overgave leerde hoe je muskusrattenvallen zet, hoe je van sparrentakken een overlevingshut bouwt.
“Technology alone is not going to save us”, zei ze. “Our computers, our machines are not enough. Even our traditional knowledge of the land won’t help us much without intuïtion. We have to rely on our intuïtion, our true being.”
Daar was ik wel even stil van. Toen waagde ik het toch een vraag te stellen. Of ze de innerlijke zoektocht bedoelde. Naar de betekenis van het leven. “No, no, no”, reageerde ze fel. “Not the search for the meaning of life. But for the experience of being alive.”
Bekijk ook de fotogalerie van Arctisch Canada.
![]()
Op 10 april vertrok ik met gemengde gevoelens uit Old Crow. De stilte, de geisoleerdheid van het dorp, de bevroren Porcupine River, de eindeloze sparrenbossen... In Nederland hebben we misschien meer luxe, meer transportmogelijkheden, meer communicatie, maar we missen ook erg veel. Geleidelijk aan leerde ik steeds meer mensen
kennen en durfde ik verschillende dorpsoudsten (elders) te bezoeken voor een praatje en een kop thee. Met Vicky Josie, een stoere vrouw van middelbare leeftijd, diverse keren meegeweest als ze haar hondenspan trainde. Daar begon de koorts heviger te worden, de koorts die me al sinds ik Herschel heb leren kennen, heeft besmet. Die huskiehonden veroverden mijn hart en ik ben compleet verslingerd aan 'dogmushing' geraakt.
De afgelopen dagen hier in Inuvik op Arctic Chalet veel werkervaring met de sledehonden opgedaan. En terwijl ik me enorm verheug weer thuis te zijn bij Frank, borrelt de koorts verder en beginnen zich nieuwe dromen te vormen... Over Herschel mee naar Akersloot nemen. En wie weet zelfs over een volgende tocht door Canada met mijn eigen (geleende) sledehondeteam...
![]()
Ik heb mijn nieuwe kamp opgebouwd zoals de vroegere pelsjagers en indianen dat deden: een canvas tent compleet met kacheltje en een verend tapijt van sparrentakken op de vloer.
Ik ben twee keer op bezoek geweest bij een schoolkamp waar een paar kinderen leerden hoe ze muskusratten kunnen vangen voor het bont. Tja, in Nederland worden muskusratten gevangen om dijken te beschermen, maar ratten vangen heb ik toch nooit op een schoolkamp geleerd... Soms gebeurt er niets en zit ik wat verloren in mijn kamp, maar dan krijg ik opeens bezoek en komen mensen langs om te praten. Ook als ik door het dorp loop gebeurt er altijd wel iets. Mensen die me aanspreken en me uitnodigen. Eergisteren heeft iemand me geleerd hoe ze vallen zetten voor sneeuwhazen. Vandaag ga ik proberen meer te weten te komen over de bedreiging van de kariboes door de oliewinning.
Hoewel ik hier nu ruim een week ben moet ik er nog steeds wennen dat het leven hier in een ander tempo gaat dan bij ons. Een afspraak voor morgen kan ook overmorgen, of de dag erna, of daarna. Donderdag wordt voor het eerst een temperatuur verwacht van 1 graad boven nul en vrijdag vlieg ik weer terug naar Inuvik. Ik merk dat ik wel erg uitkijk naar het voorjaar.
![]()
Satphonebericht:
Gisteren ben ik met een vliegtuigje aangekomen in Old Crow. In het krappe luchthavengebouw viel ik nogal op door mijn uitrusting en de sneeuwschoenen op mijn rugzak en ik werd door iemand aangesproken of ik een trektocht ging maken. Ik vertelde dat ik onderweg was geweest om te voet naar Old Crow te komen, maar dat ik door de weersomstandigheden was uitgeweken naar Fort McPherson. Nu was ik er dan op de moderne manier toch gekomen en vroeg ik of ik ergens mijn tent op mocht zetten.
Stanley, een 57-jarige indiaan volgde het gesprek en bood meteen aan bij hem te overnachten. Hij heeft me gisteren al het halve dorp
laten zien en ik heb hem geholpen met hout zagen en zijn honden voeren. Stanley heeft 20 sledehonden en heeft vier keer meegedaan aan de Yukon Quest (een sledehondenrace over 1600 km). Kariboejacht en pelsjacht vormen een groot deel van zijn levensonderhoud.
Vanochtend heb ontbeten met kariboevlees. Vandaag krijg ik een ouderwetse canvas wall-tent met kachel te leen die ik langs de rivier op mag zetten. Hij heeft kariboe huiden om het binnen in te richten en verschillende mensen in het dorp hebben al gezegd graag op bezoek te komen in mijn nieuwe behuizing.
Alles lijkt nu op zijn plaats te vallen. Door het verhaal over mijn barre tocht werd ik anders bekeken dan de eerste de beste antropoloog of fotograaf die uit het vliegtuig komt rollen en heb ik precies het contact gevonden wat ik nodig had om dichtbij het verhaal van de indianen van Old Crow te komen. De zware tijd in de Mackenzie Delta heb ik blijkbaar nodig gehad om hier goed te kunnen landen. Geweldig dat ik hier nu toch ben en de komende tijd belooft veel goeds!
![]()
De overgang van 's ochtends kamp opbreken bij -34 en harde wind, en die avond in heet badwater zakken en even later in een zacht bed rollen, is met geen pen te beschrijven. Zelden zo van een hotelkamer genoten.
Herschel en ik konden de volgende ochtend meerijden (met de slee
achterin, geen probleem hier, want niemand hier rijdt kleiner dan 'trucks' of pickups...) terug over de Dempster Highway naar Inuvik. Nu heb ik een paar dagen in Arctic Chalet de tijd om bij te komen.
Mijn hele lijf doet zeer, gewrichten, vingertopjes en tenen, ben echt een beetje gesloopt. Maar kijk ook alweer uit naar maandag, want dan ga ik alsnog naar Old Crow. Dan begint deel 2 van mijn tocht. Anders dan gepland, want toch op de moderne manier met het vliegtuig. Maar het verhaal van de Vuntut Gwichin wil ik horen. De afgelopen weken gelopen, geslapen in de wildernis die hun thuis is. Respect voor de natuur, voor de ongehoorde krachten ervan, heb ik zeker wel weer bijgeleerd. Maar van een natuurvolk zoals zij valt nog zoveel meer te leren. Ik hoop dat we elkaars taal zullen spreken en begrijpen.
![]()
Satphone bericht:
In een lange dag heb ik terug door mijn eigen spoor John’s Cabin weer weten te bereiken Ik ben daar twee nachten gebleven en ben toen op weg gegaan naar Fort McPherson. Ik had wel een dag een mentale dip omdat ik mijn routeplan heb gewijzigd en niet op eigen
kracht naar Old Crow loop. Nu heb ik er toch weer zin in om de tocht en mijn verhaal af te maken. Dat de route anders loopt dan gepland, dat hoort nu eenmaal bij een avontuur. Ik had verwacht redelijk vlot over het Husky Channel te kunnen trekken, maar er ligt nu 40 centimeter verse poedersneeuw, dus het is toch hard werken om donderdag in McPherson aan te komen.
Gisteren veel tijd besteed aan fotograferen en filmen en een grote fik gebouwd. Het was een koude nacht, ik ben veel wakker geweest door de kou en zou eigenlijk mijn slaapzak moeten drogen op mijn slee, maar het begint nu net weer te sneeuwen, dus dat schiet niet op. Het is nog steeds hartstikke koud. Nu –30, dus ik moet snel weer gaan lopen.
![]()
Satphone bericht:
Ik zit helemaal vast. Gisteren krap 4 kilometer verder gekomen. In twee dagen nauwelijks meer dan 10 kilometer afgelegd. De sneeuw is zo diep en los dat ik er zelfs met mijn grote sneeuwschoenen nog dwars doorheen zak. Herschel kan alleen achter de slee in het spoor meelopen anders verdwijnt ie helemaal in de poeder. In de middag moest ik vroeg kamp maken vanwege hard aantrekkende wind.
Het is nu nog 60 kilometer door dit terrein naar Mac Doughall Pass.
Dat lukt dus onmogelijk in de 4 dagen die ik er nog voor heb volgens mijn plan. Ik heb met de satphone gebeld met de pelsjager in Aklavik en er komen geen sneeuwscooters meer over het spoor de komende dagen. Aan de andere zijde van de pas is door de harde wind het dal waarschijnlijk gevuld met zeer diepe stuifsneeuw, waar niet doorheen te komen valt. In Old Crow blijft een waarschuwing van kracht voor windchill van –52 met extreem gevaar voor frostbite (bevriezing FvZ). De mensen die hier wonen gaan met dit weer niet de deur uit en het weer lijkt niet te willen veranderen.
Ik zal mijn koers moeten verleggen naar het zuidelijker gelegen Fort McPherson, want de route door de Richardson Mountains naar Old Crow blijkt onhaalbaar. Ik probeer terug te komen naar John’s cabin en van daar ga ik weer naar het zuiden. Een nieuw plan, een nieuwe route. Het is jammer, maar als ik hier gezond uit wil komen zit er niets anders op.
![]()
Satphone bericht:
Ik zit nu in John’s cabin. Een kleine pelsjagershut die ik eergisteren bereikt heb en waar ik kon schuilen tegen het barre weer. Er is niet alleen een kachel, er is gelukkig ook een enorme houtvoorraad. Gisternacht was het buiten –48 en de wind gierde om de hut. Het is dan echt levensgevaarlijk buiten. Binnen kon ik het met moeite
opstoken tot rond het vriespunt, maar wat voelt dat heerlijk! Gisteren heb ik besteed aan het nodige herstelwerk en onderhoud van mijn spullen en van mijzelf want bij 40 graden onder nul is dat geen doen. Handschoenen repareren, vellen onder mijn ski’s schroeven, want de lijm plakt niet meer zo koud is het.
Op dit moment – zondagochtend - is het buiten weer rustig en vriest het 30 graden. Ik ga maar weer op weg en zal mijn eigen spoor moeten trekken, want de sneeuwscooters uit Aklavik durven niet op weg te gaan in verband met de aanhoudende waarschuwingen voor extreme windchill. Als de wind aantrekt zal ik moeten stoppen en direct kamp maken om uit de wind te komen. Ik heb nog krap een week om naar Mc Doughall Pass te komen, maar dan moet vanaf nu echt alles meezitten…
![]()
Satphone bericht:
“Het is hier nu min 47, het is onvoorstelbaar zo koud. Gisteren was ik even het gevoel kwijt in mijn tenen. Dit is niet goed dacht ik, dus meteen weer de tent opgezet – ik was nog maar net een uur onderweg – en ben in mijn slaapzak gaan zitten.
Een uur lang mijn voeten en tenen gemasseerd om ze
weer warm te krijgen. Net op tijd gelukkig… geen bevroren tenen.
Gisteravond heb ik een groot kampvuur gemaakt op de rivier. Heerlijk die warmte, maar nog lang niet genoeg. Ik ben nu comfortabel en ga zo mijn bivak weer opbreken. Ik volg een zijkanaal van de Mackenzie en er heeft een sneeuwscooter over gereden waardoor ik vrij goed vooruit kom. Twaalf kilometer verderop ligt een cabin die mensen in Aklavik me gewezen hebben. Die moet ik vandaag kunnen bereiken en kan dan hopelijk een of twee nachten binnen slapen en wachten tot de ergste kou voorbij is, want dit is allemaal wel op het randje.
(Vanaf zondag worden langzaam stijgende temperaturen verwacht met waarden tussen de –30 en –20. FvZ)
![]()
Satphone bericht:
“Eergisteren kwam ik op de iceroad naar Aklavik. Dat liep op zich prima, maar wel 35 kilometer recht-toe recht-aan. Toen de eerste de beste pick-up langskwam en vroeg of ik mee wilde rijden heb ik dat maar gedaan om wat in te lopen op mijn schema.
In Aklavik heb ik veel tijd besteed om informatie te krijgen over de trails naar Mac Dougall Pass en dat is gelukt. Een pelsjager heeft me zijn jachtspoor aangewezen op de kaart en over twee dagen kom ik
langs een hut waarin ik mag overnachten. Daar kijk ik wel naar uit want het is nog steeds stervenskoud om te kamperen. Overdag moet ik heatpacks gebruiken voor mijn handen en voeten anders kan ik ze niet warm houden. Misschien dat er zaterdag nog twee sneeuwscooters over het spoor komen, maar dat is nog niet zeker.
In Aklavik heb ik extra brandstof kunnen inslaan en extra hondenvoer voor mijn grote vriend Herschel, die mijn tent bewaakt alsof die al jaren van hem is. Gelukkig nog geen dieren ’s nachts rond de tent gehad. Een blaar op mijn hiel was wat gaan ontsteken, maar nadat ik de jodium heb ontdooid kon ik hem pas goed behandelen en die is nu gelukkig weer helemaal pijnloos en schoon. Het lijkt erop dat ik na de moeizame start in het doolhof van de Mackenzie Delta nu weer op een betere route zit, het zou alleen eens een paar graden warmer moeten worden dan –40.
Aklavik ligt inmiddels achter me, nu weer verder Into the White.”
![]()
Satphone bericht:
“Het is onvoorstelbaar koud. Het warmst wat ik de afgelopen heb gemeten is –32 en de laagste temperatuur was –42. Ik ben wel veilig en comfortabel, maar het vreet energie. Het is zo koud dat fotograferen en filmen nauwelijks te doen is, want me enorm frustreert. Maar mijn veiligheid is nu het belangrijkste!
Het snowscooterspoor dat ik door het doolhof van de Mackenzie Delta volgde liep vaak de oever op- en af, waarbij ik regelmatig mijn
slee moest leeg halen en alles afzonderlijk omhoog moest tillen omdat het te steil was. Dat kostte erg veel tijd waardoor ik langzamer ben dan ik gepland heb. Op de vlakke stukken rivier gaat het wel goed en helpt mijn huskymaatje Herschel goed met trekken. Wat een superlief dier heb ik mee! Ik haal dan een snelheid van 3 à 4 kilometer per uur, wat prima is.
Over een uur verwacht ik bij de iceroad naar Aklavik te zijn en gaat het hopelijk weer even wat vlotter. In Aklavik probeer ik extra brandstof en hondenvoer in te slaan en dan maar zien hoe ik weer verder kom naar Old Crow.
Ik heb 2 elanden gezien en ben wolvensporen gekruist. Het is groot en ingewikkeld terrein, de bush is dicht en het is beestachtig zwaar.
Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen…”
![]()
Jolanda aan de satphone:
Ik sta klaar om te vertrekken. De bagage is aangekomen, het is kraakhelder weer en ijskoud. -35 graden Celsius, maar met mijn dikke donspak, bontmuts en neopreen gamaschen lijkt het allemaal wel te doen.

Met behulp van een local heb ik wat trails door de Mackenzie Delta op gedetailleerdere kaarten geschetst, want
dat blijkt echt een verschrikkelijk doolhof te zijn.
Verderop zal ik proberen de iceroad te volgen tot Aklavik, maar het lijkt allemaal erg moeilijk toegankelijk terrein te zijn. Ben benieuwd of het allemaal gaat lukken.
Volgens de mensen hier hoef ik me geen zorgen te maken over grizzly's of wolven en neem dus geen geweer mee. Toch heb ik voor de zekerheid vuurpijlen, handfakkels en bearbangers (knalpatronen) meegenomen. Ik ben er klaar voor!
![]()
Jolanda aan de satphone:
Aangekomen in Inuvik en het schijnbaar onmogelijke is gebeurd: de ruimbagage is niet meegekomen met de laatste vlucht vanuit Yellowknife en schijnt daar nog te staan...
Vandaag kennisgemaakt met Judy en Olaf van het Arctic Chalet en met de witte husky Herschel, die ik van hen meekrijg op tocht. Herschel is vernoemd naar een eiland in de Canadese Arctic en is een lief dier, maar gaat vast niet helpen mijn slee te trekken. Vandaag neem ik hem overal mee naar toe als ik in Inuvik iets moet regelen.
...Woef, woef, blaf, blaf...
...Herschel stil, eh... shut up! Ik ben aan het bellen...!
...Woef, woef...
Er ligt weinig sneeuw en die is ook nog erg los dus neem ik ook een paar grote sneeuwschoenen van hier mee. Nu maar hopen dat morgen de bagage aankomt uit Yellowknife...
![]()

Hoe tegenstrijdig kan een mensenleven zijn: vandaag reis ik met duizelingwekkende snelheid om straks meter voor meter te voet af te leggen; vandaag ben ik volledig van techniek, radars en cijfers afhankelijk om straks te vertrouwen op mijn eigen beoordeling van wolken, sneeuwpatronen en een kaart zonder wegen of steden.
Vandaag reis ik tussen honderden mensen maar toch ben ik hier eenzamer dan straks omgeven door honderden kilometers sneeuw. Omdat ik in gedachten daar al ben. Waar ik me kwetsbaar dicht bij de natuur zal voelen en waar het ontbreekt aan absolute zekerheden. Waar luxe nogal waardeloos wordt en ik leer met simpele dingen tevreden te zijn. Waar tijd een andere invulling krijgt en ik noodgedwongen in het 'nu' leef. Ik laad mijn slee al in, aai de hond en maan hem tot vertrek, op weg naar de sparren aan de andere oever van de ijzige Mackenzie Delta. Meer dan mijn reisverslag wil ik dat verhaal van die wildernis vastleggen.
![]()

Dit weblog zal straks eens per week bijgehouden worden doordat ik onderweg met Frank bel via de satphone waarna hij (i.s.m. Visuele Zaken) dit weblog update met tekst (ik kan geen beeld verzenden met deze satphone). Ik kies er bewust voor geen laptop mee te nemen, die hoort in mijn ogen niet thuis op een wildernistocht (’s avonds in mijn tent ineens met de hele wereld verbonden zijn, mijn e-mail lezen, dat haalt mij teveel weg van waar ik
ben). Niet dat ik ineens zo nodig een oermens word: ik neem digitale Canon-camera’s mee voor film en fotografie want naast het ervaren is het vastleggen een wezenlijk onderdeel van het waarom. Voor de veiligheid neem ik naast de satphone, ook een Find Me Spot van Technolyt mee (waarmee ik dagelijks mijn locatie naar Frank kan zenden en waarop bovendien een alarmknop zit die in geval van uiterste nood tot een Search & Rescue actie kan leiden). Maar ik ben mij ervan bewust dat mijn ware veiligheid niet schuilt achter knoppen maar in jarenlang opgebouwde kennis en ervaring.
Sommige mensen zullen me voor gek verklaren en mijn tocht als onverantwoord of gevaarlijk afschilderen. Dat ik ruim 20 jaar buitensport en stapsgewijs dit soort tochtervaring opgebouwd heb, weten zij meestal niet. Natuurlijk ben ik wel eens bang en vraag ik me van tevoren af: moet ik er wel aan beginnen? Mijn grootste angst is dat ik Frank niet meer terug zal zien. Daarover praten we samen. Over dat angst alleen dan je handelen mag bepalen als er sprake is van reëel gevaar. Over dat we in dit leven nooit garanties hebben, alleen kansen.
![]()

Exact over een maand ben ik in Inuvik. Daar neem ik eerst tijd om met ‘mijn’ hond vertrouwd te raken, laad dan de slee in en ga op weg. Na ruim een maand hoop ik aan te komen in Old Crow, Yukon Territory, waar een kleine gemeenschap van zo’n 200 Indianen hun traditionele levenswijze rond de jacht op de kariboe nog grotendeels handhaaft. De Vuntut Gwichin Native People van Old Crow leven met het ritme van de Porcupine Caribou Herd en het voortbestaan van hun traditionele levenswijze wordt bedreigd door verregaande plannen om grootschalige oliepijpleidingen aan te leggen dwars door deze noordelijke wildernis.
De stem van de Vuntut Gwichin Indianen is zacht en bovendien leven ze ergens aan de rand van ‘onze’ wereld. Toch kan wat zij te vertellen hebben, ons inspireren anders naar natuur te kijken. Daarom wil ik pas na een lange, eenzame wildernistocht in Old Crow aankomen. Want alleen door de wildernis werkelijk te ervaren, met elke vezel van mijn lijf te doorleven, zal ik kunnen begrijpen wat de Vuntut Gwichin mij na aankomst in Old Crow te vertellen hebben.
Zoals een sjamaan van de Caribou People het verwoordde: “the only true wisdom lives far from mankind, out in the great loneliness…”.
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()

Hoe tegenstrijdig kan een mensenleven zijn: vandaag reis ik met duizelingwekkende snelheid om straks meter voor meter te voet af te leggen; vandaag ben ik volledig van techniek, radars en cijfers afhankelijk om straks te vertrouwen op mijn eigen beoordeling van wolken, sneeuwpatronen en een kaart zonder
wegen of steden. Vandaag reis ik tussen honderden mensen maar toch ben ik hier eenzamer dan straks omgeven door honderden kilometers sneeuw. Omdat ik in gedachten daar al ben. Waar ik me kwetsbaar dicht bij de natuur zal voelen en waar het ontbreekt aan absolute zekerheden. Waar luxe nogal waardeloos wordt en ik leer met simpele dingen tevreden te zijn. Waar tijd een andere invulling krijgt en ik noodgedwongen in het 'nu' leef. Ik laad mijn slee al in, aai de hond en maan hem tot vertrek, op weg naar de sparren aan de andere oever van de ijzige Mackenzie Delta. Meer dan mijn reisverslag wil ik dat verhaal van die wildernis vastleggen.
Nieuwe carousel pagina toevoegen De nieuwste staat bovenaan. |